• Sanctiebeleid

    Waarom een sanctiebeleid?

    De KNVB handhaaft de spelregels en bestraft (individuele) leden die deze overtreden. Er zijn echter misdragingen waartegen de KNVB niet op kan treden maar waar we wel tegenaan lopen in de dagelijkse gang van zaken.

    Voorbeelden zijn:

    • Doelgroepen die geen lid zijn van de KNVB (toeschouwers/ouders).
    • Misdragingen buiten wedstrijden om.
    • Overtredingen die niet bij de KNVB terechtkomen.

    Het sanctiebeleid van TSC moet er voor duidelijkheid gaan zorgen binnen de vereniging en geeft invulling aan een sportief, plezier en veilig voetbalklimaat voor alle betrokkenen.

     

    Het sanctiebeleid


    1. Aanspreken (eerste fase)

    Vergrijpen (voorbeelden van type vergrijpen in deze orde van grootte)

    • Te laat komen.
    • Niet (tijdig) afmelden.
    • Niet netjes omgaan met materiaal.
    • Niet aanwezig zijn bij extra activiteiten.
    • Bij niet positief aanmoedigen/stimuleren/aanspreken team, tegenstander, scheidsrechter, eigen kind.
    • Bij niet voldoen aan team- en clubtaken (zonder te ruilen en/of te berichten).

    Actie

    • Aanspreken door trainer, leider of bestuurslid naar aanleiding van een licht vergrijp.

    Maatregel

    • Maximaal drie keer aanspreken, daarna volgt officiĆ«le waarschuwing door trainer, leider, coƶrdinator of bestuurslid. Eventueel in samenspraak met het bestuurslid jeugd.

     


    2. (Voorwaardelijke) straf/schorsing/uitsluiting (fase 2)

    Vergrijpen (voorbeelden van type vergrijpen in deze orde van grootte)

    • Licht fysiek geweld (duwen, trekken).
    • Licht verbaal geweld (schelden zonder ziektes en kwetsende verwijzingen).
    • Het veld betreden zonder toestemming van de scheidsrechter (alleen als je niet deelneemt aan de wedstrijd).
    • Herhaaldelijk gedrag uit de eerste fase.

    Actie

    • Na (meermalen herhaling van) ongewenst gedrag wordt een verslag geschreven en overhandigd aan het bestuurslid jeugd.

    Maatregel

    • Het bestuurslid jeugd bepaalt in overleg met betrokken trainer/leider of er een voorwaardelijke of onvoorwaardelijke straf/schorsing gegeven moet worden.

     


    3. Schorsing/ uitsluiting (fase 3)

    Vergrijpen (voorbeelden van type vergrijpen in deze orde van grootte)

    • Fysiek geweld (schoppen, slaan, kopstoot met de intentie).
    • Verbaal geweld.
    • Weigeren het speelveld te verlaten.
    • Discrimineren.
    • Alcoholmisbruik.
    • Herhaaldelijk gedrag uit fase 2.

    Actie

    • Na (meermalen herhaling van) ongewenst gedrag wordt een verslag geschreven en overhandigd aan het bestuurslid jeugd.

    Maatregel

    • Het bestuurslid jeugd bepaalt in overleg met betrokken trainer/leider en het bestuur de duur van de schorsing/ontzegging terrein.

     


    4. Langdurige schorsing/royement (fase 4)

    Vergrijpen (voorbeelden van type vergrijpen in deze orde van grootte)

    • Diefstal.
    • Drugsgebruik.
    • Vandalisme.
    • Ernstig verbaal geweld.
    • Ernstig fysiek geweld.
    • Overige excessen.
    • Herhaaldelijk gedrag uit fase 3.

    Actie

    • Na (meermalen herhaling van) ongewenst gedrag of excessief gedrag wordt een verslag geschreven en overhandigd aan de het bestuurslid jeugd.

    Maatregel

    • Het bestuurslid jeugd bepaalt in overleg met betrokken trainer/leider en het bestuur of er over moet worden gegaan tot een langdurige schorsing/ontzegging terrein of royement (*).

    (*) Indien er overgaan wordt tot royement dan betekent dit een automatische schorsing tot aan de eerstvolgende (bijzondere) ledenvergadering waar het verzoek tot royement wordt geagendeerd. Alleen de ledenvergadering kan overgaan tot royement van een speler.